Goudse bruidegomspijp

De versierde Goudse Bruidegomspijp

 

  

  

  

  

  

  


In heel Nederland en dan vooral in Groningen,
Drenthe en Overijssel, was het in de 19de eeuw
de gewoonte, dat de bruidegom een versierde
lange Goudse pijp aangeboden kregen.

Per streek varieerde de benaming van deze traditie: Bruidegomspijp, bruigomspijp, bruidspijp,
bruiloftspijp, breugmanspiep, bruurmanspiepe.

Vooral in de 19e eeuw werd het aanbieden van de Bruidegomspijp in het gehele land gebruikelijk tot de
Tweede Wereldoorlog. Daarna verdween het gebruik.

Symboliek Het roken van de bruidspijp heeft als symboliek zeker ook de dienstbaarheid
van de vrouw aan de man. Zij moet de kolen in het vuur steeds brandend houden, zodat de man
de pijp op elk gewenst moment weer op kan steken. Daarnaast is de pijp ook een symbool van
huwelijkstrouw: breekt de pijp, dan zal ook het huwelijk geen stand houden...

Prachtige strikken In de huwelijksgeschenken waren vele verschillen, als vast zinnebeeld
kreeg de bruidegom de bruidegomspijp waarvan de kop met een altaar van vuur of met harten
versierd of is er een bruidspaar in gebakken, Die met prachtige strikken versierde Goudse pijp
wordt zorgvuldig als een soort amulet bewaard waaruit de man elk jaar op zijn huwelijksdag zal roken.

Ereplaats in de huiskamer Bij boerenfamilies werd de ondertrouw gevierd op de deel.
De buren hielpen de
gasten bedienen en werden later apart uitgenodigd voor het 'naoberfeest'.
Bij rijk
boeren kreeg de bruidegom een bruidegomspijp. Deze was versierd met mooie linten.
Nadat hij de pijp had gerookt, kreeg deze een ereplaats in de huiskamer.

Timmerman in Eemland In het Eemland was het geven van de bruidspijp rond ca. 1900
nog in gebruik, vooral in boerenkringen. De lange, Goudse pijp werd versierd met kunstbloemen
door de vrouw van de timmerman. De timmerman zelf maakte een houten kastje met een glazen
schuif, waarin de pijp na gebruik kon worden gepronkt.

Wittebroodsweken
Op de avond van de bruiloft gaf de timmermansvrouw de pijp aan de bruid, die deze met tabak vulde,
de pijp aanstak en een paar trekjes rook in het gezicht van haar echtgenoot blies. Daarna gaf ze de
pijp aan haar man, die er de hele avond uit bleef roken. Tijdens de wittebroodsweken rookte hij nog
maximaal zes dagen uit de bruidspijp, waarna deze tentoongesteld werd in het daarvoor bestemde
kastje in de mooie kamer van de boerderij. (bron: Museum Soest).
 

Broedspiepe Tot halverwege de vorige eeuw was het in sommige families gebruik dat de
bruidegom voor of op de trouwdag een versierde pijp, de broedspiepe, kreeg aangeboden.
De broze pijp, vroeger omgeven met betekenisvolle symboliek, werd meestal zorgvuldig als aandenken bewaard.

Tegen een achtergrond van strakke stapels gestreken en opgevouwen linnengoed hangt in het midden een
lange Goudse pijp versierd met papieren linten, slingers en bloemen.

Rond de versierde pijp wordt de aanblik van kleur en luxe nog eens versterkt door kleine takjes met blaadjes en bloemen.
Het geheel is geplaatst in een prachtig antiek kabinet dat bekroond wordt met een blauw gedecoreerd kaststel.

Toch heeft de tabakspijp die bij de komst van de tabak begin 17e eeuw in productie en gebruik werd genomen,
lange tijd een bijzondere betekenis gehad rond vrijen, verloven en trouwen in grote delen van ons land.
Als de vrijer bijvoorbeeld bij zijn eerste bezoek aan zijn uitverkorene een pijp kreeg aangeboden en ook
een kooltje vuur, was dat een gunstig teken. Kreeg hij een volgende keer dezelfde pijp aangeboden,
dan was hij als vrijer geaccepteerd.

Salland In Salland sprak men meestal van de broedspiepe, de bruidspijp, terwijl elders de naam bruidegomspijp
gebruikelijker was. De naam suggereert dat de bruid de pijp aanbood,  stopte en ook het vuur offreerde,
een symbool van haar ondergeschikte rol ten opzichte van de bruidegom.

Gebruiken niet vast De gebruiken rond de bruidspijp stonden niet geheel vast, maar vertoonden variatie.
Zo werd de pijp niet altijd aangeboden door de bruid en ook werd dat niet steeds gedaan op de huwelijksdag.

De zus van de bruid bood de prachtig versierde Goudse pijp ook wel aan, aan haar aanstaande zwager.

Daarbij sprak ze, met de nodige zenuwen, hem toe met de woorden van een versje:
Gelijk naar ’s lands gebruik Reik ik u deze pijp Versierd met lint en rozen Tabak door u gekozen.

Bruidegom stopte pijp De pijp was niet gestopt maar kon door de bruidegom met de tabak van zijn keuze
worden gestopt. Ook toen echter werd de pijp niet daadwerkelijk gerookt.

Aanbieden pijp Het aanbieden van deze pijp gebeurde ook niet op de trouwdag, maar op de zondag
daaraan voorafgaand. De ondertrouw duurde twee weken. Na de aankondiging in de kerk kwam de familie
van de bruid eten bij het gezin van de bruidegom. Op de tweede zondag werd er gegeten bij de familie van de
bruid. De traditionele maaltijd bestond uit rijst met rozijnen en gedroogde pruimen.
Op de zondag dat er bij de bruid werd gegeten, werd de bruidspijp aan de bruidegom aangeboden.

Het opmaken van de bruidspijp was een creatief werkje dat door de bruid en/of haar omgeving werd verricht.
Tegen het eind van de traditie werd dit echter ook wel uitbesteed.